Na een (ver)kiezing is het alleen bij de winnaars dat mond en ogen dezelfde taal spreken.

‘Verkiezing’ zou gewoon ‘kiezing’ moeten noemen. Het woord wekt de indruk dat je iets boven het andere verkiest, terwijl je niets meer doet dan iets tussen het andere kiezen.

Als houvast in mijn strijd tegen ontgoocheling houd ik mij voor dat uitgerekend de mensen die ontgoochelen het niet waard zijn er je levensvreugde voor op te offeren.

Je hebt een (on)gezonde dosis egoïsme nodig om je levensprojecten te realiseren.

Gisteren vonden de kinderen een vis in onze tuin. Hoe die daar is terechtgekomen, is een raadsel. Waarom de poezen deze ongenode gast straal negeren, een nog groter raadsel. Mogelijk vinden ze een prooi maar interessant, wanneer er een jachttafereel aan is voorafgegaan. Ik hoop op begrip van de blauwe reiger. De natuur is onbarmhartig.

Hoeveel mensen willen na een noodlanding terug in hetzelfde vliegtuig stappen, ervan overtuigd dat het defect helemaal hersteld is? Is dat percentage representatief voor de verhouding believers/non-believers binnen een maatschappij?

Ik vrees steeds meer mijzelf te zullen betrappen op een loutere herhaling van wat ik vroeger reeds zei. Ik verdraag dat slecht bij anderen, wat mijn vrees nog groter maakt. Zou er een moment aanwijsbaar zijn waarop je gewoon ‘uitverteld’ bent? Of nog, zouden je denkkaders op een gegeven ogenblik onwrikbaar vastliggen, zodat je er in een automatisme telkens opnieuw op terugvalt?

Ik ben geneigd te geloven dat het vermogen tot concentratie beperkt is. Hoopvol zou zijn dat al wat afleidt de concentratie uiteindelijk verscherpt.

Voor mijn verjaardag kreeg ik ‘Laatmaarzo 2008′ kado, een koekje van eigen deeg. Het moment is aangebroken om 2009 niet langer in stilzwijgen te hullen.

Bij een degustatie moet je eten en drinken om te proeven, en niet om je honger te stillen of je dorst te lessen. Het lijkt een hoger doel vergeleken met het voldoen aan de primaire behoeften, terwijl voor de smaakpapillen onverminderd geldt dat honger de beste saus is.